Geloof&Leef

Chanoeka 2020 of 5781 in de Joodse jaartelling

Hier nog even de studie tijdens de Chanoeka-viering in huisgemeente.

Chanoeka 2020 of 5781 in de Joodse jaartelling.

HET FEEST VAN DE TEMPELWIJDING

De tijd van november en december is voor zowel christenen als Joden de periode van het lichtfeest. Hoewel de geboorte van de Messias niet in december heeft plaats gevonden, heeft de vroege kerk besloten om de datum van het Romeinse midwinter zonnewendefeest te gebruiken als de datum van de geboorte van “Het Licht van de Wereld”.

Soms valt de maand december vrijwel geheel samen met de Joodse maand Kislev, soms begint Kislev iets eerder of later…

Kislev is de maand waarin voor het eerst de regenboog werd gezien, die het teken is van het verbond dat God sloot met de mens (Genesis 9:12).

Op de 25e van de maand Kislev begint het eerste van de 8 dagen van het Chanoeka- of inwijdingsfeest. Een feest dat we eenmaal tegenkomen in het Nieuwe Testament, en wel onder de naam Vernieuwingsfeest (Johannes 10:22,23).

10:22 Johannes
Dán geschieden de Vernieuwingsfeesten in Jeruzalem, het is winter geweest. Naardense vertaling
10:23 Johannes
Jezus heeft heen en weer gewandeld in het heiligdom in de zuilengang van Salomo.  

HET ONTSTAAN VAN HET FEEST

De geschiedenis begint al in 323 voor onze jaartelling, in het jaar dat Alexander de Grote stierf. Hij had vanuit Griekenland het hele Nabije Oosten veroverd. De leiders die hem opvolgden begonnen zijn rijk te verdelen. Er ontstonden nu twee rijken, elk met een generaal van Alexander de Grote aan het hoofd.

De twee rijken omvatten Azië, dat toekwam aan de Seleuciden, en Egypte dat toekwam aan de Ptolemaëen. Punt van strijd bleef het gebied van Israël, dat slechts één procent van het hele Nabije Oosten beslaat.

De Joden waren verdeeld. Sommigen waren blij met de Ptolemaëen, maar anderen, waaronder de priesters, waren meer voor de Seleuciden.

In het jaar 198 v.Chr. ontstond er een opstand tegen de leiding van het land en tegen de slechte Hogepriester Menelaüs. Menelaüs riep de hulp van Syrië in. De Syriërs kwamen daarop te hulp om deze opstand neer te slaan en wonnen de strijd. De Syrische soldaten plunderden na de overwinning Jeruzalem en de tempel.

De Syrische koning, Antiochus IV Epiphanes, vaardigde in Israël nieuwe wetten uit die in strijd waren met de bijbelse geboden en instellingen.

Op een bepaald moment plaatste Antiochus zelfs een beeld van de god Zeus Kirios (een beeld met het gezicht van de koning) in de tempel van Jeruzalem, waarmee hij zichzelf als het ware tot god verhief. Bovendien verbood hij de Sabbat, het onderwijs uit de Tora en de besnijdenis. Op het tempelaltaar offerde hij dieren die in de bijbel onrein genoemd worden waaronder zelfs varkens.

In 168 v.Chr. brak opnieuw een massale volksopstand uit. Deze werd geleid door Judas de Macabeeër, afkomstig uit een priesterfamilie, de Macabi-familie. Zij doodden soldaten en vluchtten daarop naar de bergen van Juedea, gevolgd door duizenden Joodse inwoners van het land.

Vanaf dat moment brak er een ware guerrillaoorlog uit tegen de overheersers van het land en de stad Jeruzalem. Na drie jaar werd door de opstandelingen de overwinning behaald. De wet van Mozes werd in ere hersteld en ook de tempel die was heroverd, werd gereinigd en koosjer gemaakt. Daarna werd de Tempel opnieuw ingewijd. De inwijding van de tempel vond plaats op de 25e van de maand Kislev in het jaar 165 v.Chr., de datum waarop het inwijdingsfeest (in het Hebreeuws Chanoeka) nog steeds wordt gevierd.

HET WONDER MET DE OLIE

Behalve de overwinning was er nog iets belangrijks dat plaatsvond. Tijdens de herovering van de stad werd er in de tempel een kruikje olie gevonden dat nog niet verontreinigd was.

Het kruikje bevatte olie dat slechts genoeg was voor één dag. Maar, wonder boven wonder, bleef de zevenarmige Menora of tempelkandelaar niettemin acht dagen branden op dat ene kruikje olie. In die acht dagen was er genoeg tijd om olie voor de Menora te produceren.

Om dit wonder te herdenken wordt er tijdens het feest een achtarmige kandelaar, een zgn. chanoekia, aangestoken. Daarbij wordt er op iedere dag van het feest één oliepit of kaars meer aangestoken, totdat op de 8ste en laatste dag van het feest alle 8 lampen branden.

Dit is even een inleiding met betrekking tot dit Joodse feest! Chanoeka is niet 1 van  de Feesten van de Eeuwige! Dus moeten we als messiaanse gelovigen dit feest vieren? Het antwoord is nee! We hoeven dit feest niet te vieren, maar mogen dit feest vieren. Vaak wordt Chanoeka ook gevierd als tegenhanger voor kerst.

Toch zitten er in dit feest een aantal elementen, die veel meer betekenis hebben dan dat we soms in de gaten hebben. Natuurlijk is wat er plaatsgevonden heeft intressant. Historisch gezien een mooi en spannend verhaal met als grote climax het wonder met de olie. Eind goed al goed zou men kunnen zeggen of ze leefden nog lang en gelukkig. Maar wanneer we dieper gaan studeren, dan herbergt Chanoeka veel meer boodschappen en tekenen dan het bijzondere verhaal uit het boek van de Makkabeeën.

We komen verschillende belangrijke bijbelse begrippen tegen in het verhaal van Chanoeka. De zevenarmige Menora of tempelkandelaar. We komen ook een tijdsbestek van 8 dagen tegen. De achtarmige kandelaar of chanoekia en dan ook nog het kruikje met de olie.

We gaan een aantal van deze begrippen eens wat verder uitdiepen.

Zevenarmige Menorah of tempelkandelaar

Wat opvalt, is dat al deze begrippen onderdelen van de tempel zijn.

Aan de zuidkant van het qodèsj staat de kandelaar.

Het zuiden is de kant waar de zon het hoogst staat. Op dat moment zijn wij wakker. Het zuiden is dus de kant van het weten. Echte kennis is kennis van de éénheid. Deze kennis hoort bij onze nesjama het deel van de ziel dat van de Ene, van God komt.

Het Hebreeuwse woord voor kandelaar is menorah. Menorah komt van ner, wat ‘licht’ betekent.

De kandelaar heeft een schacht in het midden en 2 x 3 armen aan weerszijden. De schacht in het midden geeft de 2 x 3 armen het antwoord.

Volgens Weinreb staan de zes armen voor de zes gewone weekdagen. De schacht staat voor de zevende dag, de sjabbàth, de dag dat alles klaar is. Als je beseft dat alles al klaar is, kun je de weg naar de éénheid afleggen.

Als kant van de nesjamah is het zuiden ook de kant van Gods wereld. In de wereld van God is alles blijvend. Daarom brandt de kandelaar altijd.

De brandstof voor de kandelaar is olijfolie.Met deze olie wordt de Messias, de verlosser, gezalfd.Masjīàch, het Hebreeuwse woord voor Messias, betekent zelfs ‘gezalfde’.

Het Hebreeuwse woord voor olie is sjèmèn. Sjèmèn is verwant aan sjemoneh, wat ‘acht’ betekent. “Acht” is het getal van de andere wereld, van de wereld van God.

De Messias is iemand van de wereld van God.

De kandelaar ziet eruit als een bloeiende amandelboom. Volgens de Joodse Overlevering is de amandel de achtste vrucht, de vrucht van de wereld van God.

Even weer terug naar de olie! en het getal 8

De achtste zoon van Jaakov is Asher, en we zien ook meteen weer het karakter van de achtste dag. Lea zegt bij de geboorte van Asher het volgende:

30:13 Genesis
en Lea zegt: hoe zalig ben ik!- want dochters zullen mij zalig prijzen!- en ze roept als naam voor hem uit:    Aser,- zalig! Naardense vertaling

Wanneer Jakob Asher zegent, zien wij iets heel bijzonders naar voren komen.

Hij zegt nl:

49:20 Genesis
Van Aser,- gelukzalige!– een-en-al boter is zijn brood; en hij geeft koningslekkernijen weg! •• Naardense vertaling

Dit vette wordt ook in de zegen van Mosje naar voren gebracht:

33:24 Deuteronomium
Voor Aser heeft hij gezegd: gezegend boven de zonen zij Aser!-

worde hij de meest-beminde van zijn broeders, dope hij zijn voet in olijfolie;

Naardense vertaling

We zien hier dus Koninklijke lekkernijen, het vette en de olijfolie naar voren komen.

De achtste dag is de wereld waarin de reeds in de zevende dag voorspelde Koning verschijnt. De Koning die het vaste huis zal bouwen. David de 7e kon dit ook niet. Het is Salomo “ de achtste” een type van de Messias wat gezalfde betekent. Salomo bouwt het Huis -de Tempel.

Asher is met zijn zegen de bron voor deze zalving. Van Asher komt de olie voor deze zalving. En met Asher komt ook de vette tijd van overvloed.

Nu weer terug naar de gebeurtenissen mbt Chanoeka.

Het boek van de Makkabeeën gaat over het geslacht van de Hasmoneeen. Dit woord wordt geschreven als Chashmonaim nl. cheth-shin-mem-noen-aleph-jod-mem.

En de stam van dit woord stelt de olie voor welke het woord acht opbouwt.

We vinden in Chashmonaim, zowel Shemen is olie als Sjemona/Sjemini is acht terug.

Chanoeka dus vernieuwing wordt gevierd met olie welke gedurende acht dagen wordt gebrand. Het is de olie van Asher de achtste zoon van Jakob.

WAT BETEKENT CHANOEKA VOOR ONS

De achtarmige chanoekia is een symbool van de acht dagen waarop de Almachtige acht dagen lang op wonderbaarlijke wijze licht produceerde. Op de chanoekia bevinden zich naast de 8 armen aan beide kanten nog een extra arm, die “de sjammasj” heet. Sjammasj is Hebreeuws voor “dienaar”. De lampen worden allen met behulp van de sjammasj aangestoken. De sjammasj brandt iedere avond mee met de andere kaarsen.

De Almachtige gaf Zijn Dienaar die het Licht der wereld is, zoals er geschreven staat:

“Weer sprak Jezus toen tot hen en zei: Ik hen het licht der wereld, wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen. maar hij zal het licht des levens hebben” (Joh 8:12).

Hij daagde ons uit om zelf het licht te zijn en van Hem over te nemen:

“Jullie zijn het licht der wereld. Een Stad die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven” (Mattheüs 5:14).

Zoals de chanoekia altijd wordt aangestoken met de sjammasj, kunnen wij alleen maar lichtdragers worden wanneer Jesjoea het “Licht der wereld” en de “Dienstknecht des HEEREN” ons ontsteekt.

Soms hebben wij zelf niet genoeg kracht om door te gaan met de opdrachten die ons wachten. De Joden hadden kunnen klagen dat er slechts olie voor een dag was, maar in geloof begonnen ze aan dat kruikje en God voorzag, zoals Hij dat met ons eveneens kan doen, wanneer we de kracht niet uit onszelf hebben. En Hij voorziet net genoeg, tot we weer zelf kunnen vechten.

De lamp brandt op (olijf-)olie. Iemand die met olie wordt gezalfd noemen we een “Gezalfde”. Het Hebreeuws voor Gezalfde is “Messias” Jesjoea is volgens de bijbel de Messias.

De olie is tevens het beeld van de Heilige Geest. Ook wij hebben de zalving van Gods Geest nodig om licht te kunnen dragen en om het Messiaanse werk van Jesjoea voort te zetten.

Chanoeka is ook voor ons het feest van vernieuwing, Omdat we zelf een Tempel van de Heilige Geest zijn, moeten we rein zijn en blijven van heidense en occulte invloeden. Ook moet onze lamp voortdurend branden, zodat Gods licht in deze duistere wereld zal schijnen.

bronvermelding:

Peter Steffens website

Friedrich Weinreb de bijbel als schepping

Naardense vertaling

Lodebar websit

huisgemeente